Markt
Vorige zomer werkte ik in Ocongate, een klein bergstadje in de Peruaanse Andes. Elke zondag daalden van de omstreken campesinos en vooral campesinas af naar de twee hoofdstraten van deze stad, waar zij elk plekje dat maar te vinden was in een mum van tijd omtoverden tot een orgie van exotische geuren, kleuren en klanken. Ik gaf mijn ogen, oren en neus de kost, en proefde er de heerlijkste aardappelen van mijn leven. Elk plekje was bezaaid met koopwaar, de stad vulde zich van heel vroeg in de morgen met veelkleurig mensengewirwar. Allen hadden zij hun plekje, waar zij de trofeeën uitstalden die zij al zwoegend van de aarde hadden losgeweekt. Er was geen leeg plekje te vinden of er lag een maïskolf, een kip of een bol garen te wachten op een gulle koper.
Vaak toveren wij ook ons eigen leven om in een markt, waar geen rustig plekje te vinden is, maar alles goed vol zit met van alles en nog wat, waar wij van her naar der springen en de dag moe afronden. Soms toveren wij ook ons medeleven om in een markt, ik geef je dit opdat jij me dat zou geven. Misschien toveren wij zelfs ons spiritueel leven om in een markt, waarin wij God van alles en nog wat aanbieden om toch maar iets terug te verdienen. Ons leven van binnen en van buiten wordt dan beheerst en beheerd door marktwaarden. Misschien begonnen wij zelfs het nieuwe jaar met goede voornemens, of de Vasten met regeltjes waaraan wij ons willen houden, die ons dan meer bezig houden dan waar het allemaal om te doen is, namelijk een vrij en gelukkig leven.
Door schoon schip te houden in de tempel (Jn 2, 13-25) maakt Jezus in het evangelie van vorige zondag een link met ons leven als markt of als tempel – als overvolle, druk bezette plek waar geen plaats is voor een ander (in de herberg…) of als heilige, lege ruimte die wacht op een pas de deux met de inwonende Heilige Geest. Tussen God en mens staan geen wetten en bezwaren, maar een kwetsbare blik aan het kruis, die ons aankijkt en bij naam roept en te dans vraagt.
Nietzsche wist dat de mens geketend is, maar geroepen om te dansen. Kunnen wij dansen midden in de markt van ons leven? De Vastentijd is een buitenkans om ook eens de binnenkant van de dingen te zien.

